Wie in de Ardennen een ijsvogel wil zien, zoekt hem langs de grotere rivieren: de Lesse, de Ourthe en de Semois. Kijk naar kalme, ondiepe stukken met helder water, waar takken laag boven de stroom hangen. Vaak verraadt hij zich eerst met een schrille, hoge fluittoon, en pas daarna zie je iets blauws vlak over het water wegschieten. Wat er verder aan vogels in die dalen zit, staat in de gids voor vogels spotten in de Ardennen.
Waar in de Ardennen je de beste kans hebt
Tussen 2001 en 2007 brachten vogelaars alle broedvogels van Wallonië in kaart voor de Waalse broedvogelatlas. De ijsvogel zat het dichtst langs grote, visrijke rivieren met genoeg plaats om te nestelen: de Lesse, de Ourthe, de Semois en de Viroin. Op delen van de hoge Ardennen ontbrak hij, dus boven op het plateau maak je weinig kans.
Voor een paar stukken rivier noemen de Natura 2000-besluiten de ijsvogel bij naam. Op de oevers van de Lesse tussen Villers-sur-Lesse en Houyet leeft hij naast grote kolonies oeverzwaluwen. In de Amblèvevallei tussen Wanne en Coo vind je hem beneden op de dalbodem. Het besluit voor de bovenloop van de westelijke Ourthe telt er één of twee paar, en dat voor het hele gebied.
Dat lage aantal is normaal voor een ijsvogel. In de broedtijd houdt één paar een stuk rivier van een paar honderd meter tot een kilometer voor zich alleen, afhankelijk van hoeveel vis er zit. In de winter leven mannetje en vrouwtje apart, en dan kan één territorium enkele kilometers lang zijn. Een lange wandeling langs de oever loont dus meer dan een uur stilzitten op één bank.
Hij jaagt op zicht, dus het water moet rustig, ondiep en helder zijn. Op de oever staan bomen of struiken, liefst met takken die laag boven het water hangen: daar zit hij op de uitkijk. Voor zijn nest zoekt hij steile wandjes van zand of leem in de oever. Die zijn schaars, en juist dat tekort aan nestplaatsen houdt het aantal ijsvogels in Wallonië klein.
Hoe herken je een ijsvogel?
Hij is net iets kleiner dan een spreeuw: 17 tot 19,5 centimeter van snavelpunt tot staart, en 34 tot 44 gram zwaar. Een gedrongen vogeltje met een grote kop, een kort staartje en een lange, puntige snavel. De bovenkant is blauw: groenblauw op kruin en vleugels, fel azuur op rug en stuit. Daaronder is hij oranje, met een witte keel, een witte vlek opzij van de hals en kleine oranjerode pootjes.
Zo goed krijg je hem zelden te zien. Meestal blijft het bij een blauwe flits laag over het water. Jonge vogels hebben al dezelfde blauwe rug, maar hun borst is doffer oranje, de snavel iets korter met een wit puntje, en hun poten zijn donker.
Op dezelfde rivieren leeft de waterspreeuw, ongeveer even groot. Die is donker met een witte keel en borst, duikt en zwemt onder water en zoekt zijn eten door steentjes om te draaien. Met een andere ijsvogel kun je hem hier niet verwarren: in Wallonië broedt er maar één soort.
Mannetje of vrouwtje: kijk naar de ondersnavel

In kleur zijn ze even fel, alleen de ondersnavel verschilt. Het mannetje heeft een volledig zwarte snavel, boven en onder. Bij het vrouwtje is de ondersnavel grotendeels oranjerood. Sommige mannetjes hebben wel een klein beetje oranje aan de basis van de ondersnavel. Pas als het oranje een flink stuk van de ondersnavel inneemt, kijk je naar een vrouwtje. Van opzij zie je dat het best, of achteraf op je foto als je inzoomt op de snavel.
Het geluid van de ijsvogel
Kenners horen hem vaker dan ze hem zien: luister dus eerst. De gewone roep is een hoge, scherpe, uitgerekte fluittoon, ongeveer "tsie" of "tjiiie". Die laat hij vaak horen terwijl hij laag over het water vliegt.
Vanaf begin maart wordt het lawaaiiger. Mannetje en vrouwtje jagen dan luid roepend achter elkaar aan, en een indringer in hun stuk rivier jagen ze even luidruchtig weg. Bij de balts en op hun rondes langs het territorium klinkt de roep als een reeks "tie tietie tietie tietie". Het alarm klinkt als "krietrietriet". Schrikt een ijsvogel en vliegt hij weg, dan hoor je een harde schreeuw, ook als hij een visje in zijn snavel heeft. Pas uitgevlogen jongen hebben de stem van hun ouders nog niet: ze piepen zacht "tsjip" en wippen op en neer op hun tak.
Het vrouwtje gebruikt dezelfde roepen als het mannetje, dus op het gehoor houd je ze niet uit elkaar. Alle roepen kun je naluisteren op xeno-canto.
Wat eet een ijsvogel en hoe jaagt hij?
Hij leeft vooral van visjes van 3 tot 5 centimeter; een vis van meer dan 7 centimeter is een uitzondering. Een Waals Natagora-blad noemt elritsen, rivierdonderpadden, bermpjes en riviergrondels als prooi. Libellenlarven en andere waterinsecten eet hij ook.
Hij wacht op een tak of paal boven het water. Soms hangt hij eerst biddend stil in de lucht. Dan duikt hij bijna loodrecht het water in, zelden dieper dan een paar decimeter. Terug op de tak slaat hij de vis er hard tegen en slikt hem in, kop eerst. Strijkt hij voor je neer op een tak, sta dan stil en houd die tak in de gaten.
Wanneer je hem ziet
Een ijsvogel trekt niet weg en is er het hele jaar. Vanaf begin maart hoor je hem vaker, als de paren elkaar achternazitten. Het nest is een tunnel in een steile oever; in de streek tussen Samber en Maas leggen ze van april tot juli.
Augustus en september zijn goede maanden. De jongen zwerven dan rond en duiken ook op langs water waar geen ijsvogels broeden.
In de winter heeft hij water nodig dat niet dichtvriest. Bij strenge vorst verlaat hij zijn territorium om open water te zoeken. Een harde winter kan de helft van de ijsvogels kosten, en het duurt een paar jaar voor ze weer op peil zijn.
Kijken zonder hem te storen
Een ijsvogel kan best tegen mensen, maar hij schrikt snel. Wordt hij vroeg in het voorjaar verstoord, dan zoekt hij een andere plek. Vindt hij die niet snel, dan slaat hij dat jaar het broeden over. Opdringerige fotografen en vogelaars bedreigen hem, net als drukte op het water. Vanaf het pad houd je het zo rustig:
- Blijf op het pad, ook als hij even uit zicht is.
- Hoor je die hoge fluittoon, sta dan stil en kijk langs het water in plaats van ernaartoe te stappen.
- Blijf van april tot juli weg bij steile oeverwanden met gaten erin: daar kan een nest zitten.
- Wil je een foto maken, blijf dan waar je staat. Vliegt hij met een harde schreeuw weg, dan was je misschien te dichtbij.
Met kinderen of een hond geldt hetzelfde. Laat een hond van april tot juli niet langs de oever het water in: juist die oevers moeten dan rustig blijven. Algemene tips om dieren te bekijken staan in dieren spotten in de Ardennen.
De ijsvogel staat in bijlage I van de Europese Vogelrichtlijn, de lijst van soorten waarvan de lidstaten het leefgebied extra moeten beschermen. De Waalse natuurbehoudswet beschermt alle wilde vogels: je mag ze niet opzettelijk verstoren, zeker niet als ze broeden of jongen hebben, en hun nest en eieren laat je met rust.
Hoe zeldzaam is de ijsvogel?
De Waalse atlas schatte 450 tot 650 broedparen, op basis van veldwerk uit 2001 tot 2007, jaren met gunstig weer. De Waalse Rode Lijst van 2021 rekent de ijsvogel tot de niet bedreigde soorten. In Nederland broedden er in 2024 tussen 950 en 1.100 paar. Vast liggen die aantallen nooit: ze gaan op en neer met de winters.


